Enkele wetswijzigingen in het arbeidsrecht per 1 januari 2022

geplaatst op 2 jan 2022

Minimumloon stijgt
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen op 1 januari 2022. Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2022:

* € 1.725,00 per maand
* € 398,10 per week
* € 79,62 per dag.

Verruiming werkkostenregeling (WKR)
De vrije ruimte van de werkkostenregeling wordt vergroot. Dit gebeurt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021. De verruiming geldt daarom voor de vrije ruimte van kalenderjaar 2021. De vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de loonsom wordt verhoogd van 1,7% naar 3%.

Thuiswerkvergoeding voor werknemers
Per 1 januari 2022 geldt een gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten.
Hiermee kan je als werkgever thuiswerkkosten onbelast vergoeden aan je werknemers. Dit betekent dat je geen loonheffingen over dit bedrag hoeft in te houden.
De gerichte vrijstelling gaat gelden voor vergoedingen van maximaal € 2 per thuisgewerkte dag. De vrijstelling geldt ook wanneer je werknemer een deel van de dag thuiswerkt.

Thuiswerkvergoeding


STAP-budget vervangt fiscale aftrekbaarheid studiekosten

De overheid komt voor werkenden en werkzoekenden met het STAP-budget (STimulans ArbeidsmarktPositie). Het STAP-budget vervangt de huidige privé-aftrekpost voor studiekosten in de aangifte inkomstenbelasting.
Met het STAP-budget kunnen werkzoekenden en werkenden in loondienst zichzelf blijven ontwikkelen. Zij kunnen een STAP-budget ter waarde van maximaal € 1.000 per persoon aanvragen. Zo blijven ze van waarde op de arbeidsmarkt. Het ontwikkelbudget is onder meer voor opleidingen, cursussen en trainingen, die in het STAP-register staat. Werkenden en werkzoekenden kunnen vanaf 1 maart 2022 een STAP-budget aanvragen via het UWV. Doe dit voordat je met de opleiding begint.
Als je aanvraag is goedgekeurd, ontvangt de opleider het budget.  Je kan het STAP-budget 1 keer per jaar aanvragen.

Tot 1 januari 2022 kunnen werknemers hun scholingskosten fiscaal blijven aftrekken van hun inkomen.

Als je ondernemer bent of inkomsten hebt uit overig werk, dan verandert er niets. Als je studiekosten zakelijke kosten zijn, kan je ze nog steeds aftrekken van je winst. Ook kan je nog steeds onbelast studiekosten vergoeden aan je werknemers, via gerichte vrijstellingen in de werkkostenregeling.

Flexkrachten eerder betrokken bij medezeggenschap
Werknemers van bedrijven die een ondernemingsraad hebben, hebben vanaf 1 januari 2022 sneller actief en passief kiesrecht voor de ondernemingsraad. Drie maanden nadat een werknemer begint met werken, mag iemand stemmen (actief kiesrecht) en zich verkiesbaar stellen (passief kiesrecht) bij verkiezingen voor de ondernemingsraad. Eerder was dat 6 maanden voor actief kiesrecht en 12 maanden voor passief kiesrecht.
Daarnaast gaan uitzendkrachten sneller kiesrecht opbouwen in het bedrijf van de inlener. Vanaf 1 januari 2022 krijgt een uitzendkracht na 18 maanden actief en passief kiesrecht.

Inspectie SZW wordt Nederlandse Arbeidsinspectie
De Inspectie SZW heet vanaf 1 januari 2022 ‘Nederlandse Arbeidsinspectie’.
De reden voor de naamsverandering is onder meer de komst van de Europese toezichthouder, European Labour Authority (ELA), maar ook het feit dat de naam Arbeidsinspectie in de praktijk gebruikelijker en veelzeggender is.

De officiële nieuwe naam ‘Nederlandse Arbeidsinspectie’ en de Engels naam ‘Netherlands Labour Authority’ worden afgekort tot NLA. Het nieuwe webadres is www.nlarbeidsinspectie.nl.

De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert of bedrijven/werkgevers zich houden aan wetten, besluiten en regelingen op het terrein van werk. Zoals bijvoorbeeld Wet minimumloon, de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet.

Tijdelijke wet verbreding inzet coronabewijzen
(bron: 
https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35971_tijdelijke_wet_verbreding)
"Dit wetsvoorstel maakt het door een wijziging van de Wet publieke gezondheid mogelijk om het coronatoegangsbewijs in sommige gevallen ook op de werkvloer en bij het bezoeken van bepaalde plaatsen in te zetten. Hiermee kan het wetsvoorstel een bijdrage leveren aan het verminderen van de overdracht van het coronavirus.

Met dit voorstel wordt het coronatoegangsbewijs verplicht voor werknemers in sectoren waar het coronatoegangsbewijs ook aan bezoekers wordt gevraagd, zoals horeca, cultuur en niet essentiële detailhandel. Daarnaast wil het kabinet ook dat er een toegangsbewijsplicht voor werknemers komt op werkplekken waar het risico op besmettingen hoog is. Welke werkplekken dat precies zijn en wanneer de coronatoegangsbewijsplicht in gaat, wordt later bepaald via ministeriele regelingen.

Als wordt overwogen om bij ministeriële regeling het coronatoegangsbewijs in te zetten moet hierover eerst een advies van het Outbreak Management Team en een sociaalmaatschappelijke en economische reflectie worden gevraagd.

Het is niet nodig om een coronatoegangsbewijs te tonen om toegang te krijgen tot een werkplek als een werkgever of de locatiebeheerder op een andere, in de ministeriële regeling bepaalde, wijze zorgdraagt voor een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is met het beschikken over een coronatoegangsbewijs.

In alle gevallen waarin het coronatoegangsbewijs verplicht wordt gesteld, geldt dat de werkgever of de locatiebeheerder die bevoegd is tot het toelaten van personen tot de werkplek alleen nog toegang mag verlenen aan personen die beschikken over een elektronisch of schriftelijk coronatoegangsbewijs (een QR-code). Deze QR-code kan worden verkregen op basis van een bewijs van een testuitslag, een bewijs van vaccinatie tegen COVID-19 of een bewijs van herstel van een infectie met het virus COVID-19.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer."

Meer informatie
Wilt u meer informatie over het arbeidsrecht of heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neemt u dan contact op met een van de arbeidsrechtadvocaten van ons kantoor.
Angelique Verweij en Wesley Sallé
tel. 0341-760510
a.verweij@vbvadvocaten.nl of w.salle@vbvadvocaten.nl

Bronnen: Eerste Kamer en Rijksoverheid

Hoewel de uiterste zorg is besteed aan de inhoud van dit nieuwsbericht, aanvaardt VBV Advocaten geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid.

VBV Advocaten

Angelique Verweij