De proeftijd: deel 3 van de Wet Werk en Zekerheid

geplaatst op 1 juni 2015
De proeftijd
Tot de invoering van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid (per 1 januari 2015) was het mogelijk om in elke arbeidsovereenkomst – ongeacht de duur - een proeftijd op te nemen. Dit is nu gewijzigd.

Bij tijdelijke contracten van 6 maanden of minder kan in de arbeidsovereenkomst geen proeftijd meer worden opgenomen.

Uitzondering
Bij tijdelijke contracten die gesloten zijn voor 1 januari 2015 mocht nog wel een proeftijd worden afgesproken. Ook bij CAO kan worden afgeweken. Raadpleeg daarom altijd de voor u geldende CAO.

Ongewijzigd
In geval van opvolgende arbeidsovereenkomsten is een proeftijd nietig, tenzij voor de nieuwe functie duidelijk andere vaardigheden en verantwoordelijkheden nodig zijn.
Ook wanneer een werknemer eerst hetzelfde werk verrichtte als uitzendkracht, mag geen proeftijd meer worden afgesproken. Dit was onder de oude regels ook al het geval.

Onmiddellijke werking
De regeling heeft onmiddellijke werking. Dit betekent dat alle arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die vanaf (of na) 1 januari 2015 worden gesloten geen proeftijd mogen hebben indien een arbeidsovereenkomst voor de duur gelijk of korter dan 6 maanden wordt gesloten.

Sanctie
Indien de werkgever toch een proeftijd opneemt die in strijd is met de wet (of de geldende CAO), dan is het proeftijdbeding nietig. Nietigheid wil zeggen dat het wordt geacht niet te bestaan. Nietigheid treedt in 'van rechtswege', dat wil zeggen automatisch.

Onbepaalde tijd
Voor de proeftijd in arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd is niets veranderd.

Heeft u vragen over de proeftijd of over andere wijzigingen van de Wet werk en zekerheid, neemt u dan gerust contact op met Angelique Verweij.

VBV Advocaten

Angelique Verweij