Corona en de geannuleerde vakantie: recht op terugbetaling

geplaatst op 31 maart 2020
Corona en de geannuleerde vakantie: recht op terugbetaling

Het coronavirus noodzaakt veel reisorganisaties om vakanties te annuleren. Sunweb Group heeft alle vakanties geannuleerd met vertrek tot en met 15 april 2020. Corendon gaat nog wat verder. Zo was op 23 maart jl. in het nieuws dat Corendon alle geplande reizen voor de periode tot 1 juni 2020, annuleert. Het is gebruikelijk dat reisorganisaties de (aan)betaling in verband met de reis terugbetalen als deze door de reisorganisatie wordt geannuleerd. In plaats daarvan bieden reisorganisaties een voucher aan waarmee later een andere vakantie kan worden geboekt. In dit artikel ga ik in op de juridische spelregels rondom annuleringen door de reiziger en reisorganisatie én de toelaatbaarheid van de voucher in plaats van terugbetaling van de reissom.

Allereerst is het van belang om te weten dat er, afhankelijk van wat voor type vakantie u heeft geboekt, verschillende wettelijke regels gelden. Zo gelden voor pakketreizen (met bijvoorbeeld verblijf in combinatie met vlucht) specifieke wetten waar de reiziger een beroep op kan doen. Dit artikel ziet enkel op een pakketreis.

Annulering door de reiziger
De reiziger heeft allereerst zelf het recht om voordat de reis begint, als er zich op de plaats van bestemming of in de onmiddellijke omgeving daarvan, onvermijdbare of buitengewone omstandigheden voordoen die aanzienlijke gevolgen hebben voor de uitvoering van de pakketreis of vervoer naar de bestemming, het recht op de overeenkomst met de reisorganisatie te beëindigen. De reiziger heeft dan recht op terugbetaling van al zijn (aan)betalingen. Wat mij betreft is in geval van het corona-virus, hetgeen inmiddels als pandemie is aangemerkt, veelal het geval. Uiteraard moet dit wel per land van bestemming bekeken worden.

Annulering door de reisorganisatie
Ook kan het gebeuren dat de reisorganisatie zelf besluit om de pakketreis te annuleren, zowel vooraf als tijdens de reis. Dit mag wettelijk gezien slechts in een beperkt aantal gevallen. Onder andere valt daaronder wanneer de reisovereenkomst niet uitgevoerd kan worden als gevolg van onvermijdbare en buitengewone omstandigheden, waaronder het coronavirus kan worden gerekend. Op grond van de wet, artikel 7:511 lid 2 BW, hoeft de reisorganisator dan geen schadevergoeding te betalen aan de reiziger. Denk aan de kosten voor een kattenhotel, parkeerkosten voor Schiphol, opname vakantiedagen, et cetera. Daarentegen moet de reisorganisatie wel de bedragen die de reiziger voor de pakketreis heeft betaald, terugbetalen aan de reiziger. Van deze wetgeving mag, gelet op het feit dat dit dwingend recht is (artikel 7:513d BW), niet worden afgeweken. De reisorganisatie mag terugbetaling dus niet weigeren op basis van bepalingen uit de eigen algemene voorwaarden of pakketovereenkomst zelf.

Voucher
In plaats van een terugbetaling, bieden reisorganisaties nu veelal een voucher aan waarbij er later een andere vakantie kan worden geboekt. Op zichzelf genomen is dit in strijd met de hiervoor aangehaalde wetgeving. Wel is het zo dat en rondom de rechtsgeldigheid van een voucher veel discussie gaande is.

Zo is er nu, hoewel dit verschilt van pakketreizen, met name veel te doen over terugbetaling van geannuleerde vliegreizen. Zo heeft minister van infrastructuur en waterstaat, drs. Van Nieuwenhuizen Wijbenga, met een kamerbrief van 30 maart 2020 laten weten dat zij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de aanwijzing heeft gegeven om af te zien van handhaving bij de uitgifte van vouchers door luchtvaartmaatschappijen bij vluchtannuleringen. Dit in het licht van het corona-virus. Dit is nodig gebleken aangezien de voucher in strijd is met een Europese Verordening die voorschrijft dat terugbetaling vereist is. De ILT moet normaliter handhavend hiertegen optreden. Hoewel vliegtuigmaatschappijen door deze aanwijzing van de minister dus niet bang hoeven te zijn voor handhaving, doet dit niets af aan de individuele passagiersrechter op grond van deze Europese Verordening. Reizigers kunnen ondanks deze aanwijzing door de minister, nog steeds zelf geld terugvorderen bij vliegtuigmaatschappijen. Omdat het kabinet het belangrijk vindt om juridische duidelijkheid te verschaffen en het de luchtvaartmaatschappijen tegemoet wil komen met betrekking tot hun financiële verplichtingen op zeer korte termijn, heeft Nederland bij de Europese Commissie aangedrongen op tijdelijke aanpassing van de verordening. Daarbij moet dan wel de balans tussen belangen van reizigers en luchtvaartmaatschappijen scherp in de gaten worden gehouden. Vooralsnog is het afwachten hoe dit zich ontwikkelt.

Eenzelfde soort problematiek hebben reisorganisaties die door de huidige corona-virus niet alle pakketreizen terug kunnen betalen. Immers, ook de reizigers die hierdoor getroffen worden, kunnen het geld terugvorderen en hoeven niet genoegen te nemen met een voucher. Echter, als iedere reiziger nu het geld terug gaat vragen van de pakketreis, kunnen reisorganisaties in fikse financiële problemen komen en/of failliet gaan. De huidige en zojuist benoemde wetgeving is niet op een massale terugbetaling berekend. In die zin kan het geen kwaad om niet direct terugbetaling (op korte termijn) te eisen dan wel een voucher, mits onder de juiste voorwaarden, te accepteren. 
Uiteraard doet u er wel verstandig aan om, wanneer de reisorganisatie elke compensatie weigert en dus naast een terugbetaling, ook geen voucher aanbiedt, een advocaat in te schakelen. Dit met als doel om te bewerkstelligen dat u later alsnog in alle redelijkheid gecompenseerd wordt wanneer de situatie enigszins genormaliseerd is.
Meer weten of heeft u vragen, neem dan gerust contact op met ons kantoor.

Update 2 april 2020 
Europees Commissaris Adina Valean (Transport) heeft laten weten dat luchtvaartmaatschappijen alleen vouchers mogen geven ter compensatie van geannuleerde vluchten als de reiziger daarmee akkoord gaat. Als reizigers hier niet mee akkoord gaan dan moeten zij gewoon hun geld terugkrijgen.

Wesley Sallé
Advocaat
0341-760510
w.salle@vbvadvocaten.nl

Bronnen:
Titel 7a van boek 7 Burgerlijk Wetboek, uitlatingen Europese Commissie d.d. 19 maart 2020, website ACM ConsuWijzer, kamerbrief drs. Van Nieuwenhuizen Wijbenga d.d. 30 maart 2020 en andere artikelen.


VBV Advocaten

Angelique Verweij